Een trampoline is fantastisch speelgoed, maar er gebeuren ook ongelukken mee. Met een goede trampoline en een paar afspraken voorkom je de meeste. Hier lees je waar je op let bij het kiezen.
De norm: EN 71-14
Trampolines voor thuisgebruik vallen in Europa onder de veiligheidsnorm EN 71-14. Die stelt eisen aan onder meer de stevigheid van het frame, de afscherming van de veren en het veiligheidsnet. Kijk in de productinformatie of de trampoline aan deze norm voldoet.
Het veiligheidsnet
Bij een trampoline op poten is een net eigenlijk onmisbaar. Let erop dat het net binnen de veren zit, zodat je niet op de rand of de veren terechtkomt, en dat de ingang goed sluit. Bekijk alle trampolines op poten met net.
De rand en de veren
De beschermrand ligt over de veren en het frame. Een dikke, brede rand vangt een misstap beter op. Sommige merken gebruiken een rand die ook na jaren in de zon niet scheurt. Vervang een beschadigde rand meteen.
Maximaal gebruikersgewicht
Elke trampoline heeft een maximaal toegestaan gewicht per springer. Springen er ook tieners of volwassenen op, kies dan een model met een ruim maximum. In de productpagina's hier zie je deze specificatie als bol hem vermeldt.
Plaats en afspraken
- Zet de trampoline op gras, niet op tegels of beton.
- Houd minstens 2 meter rondom vrij. Zie welke maat trampoline kies je.
- Spring bij voorkeur met één persoon tegelijk, zonder schoenen.
- Geen salto's zonder ervaring en begeleiding.
Veelgestelde vragen
Wat is EN 71-14?
EN 71-14 is de Europese veiligheidsnorm voor trampolines voor thuisgebruik. Een trampoline die eraan voldoet, is getest op onder meer stevigheid, afscherming van de veren en het net.
Vanaf welke leeftijd mag een kind op een trampoline?
Fabrikanten raden trampolines voor thuisgebruik meestal aan vanaf zes jaar. Jongere kinderen springen het veiligst onder toezicht en alleen.